Arenza staat voor zo goed en volledig mogelijke dienstverlening tegen acceptabele prijzen

Nieuws

< terug naar overzicht

Zelfstandige dochter niet in dienst bv vader

05 juli 2013

Een vrouw die jarenlang werkzaamheden verrichtte voor de bv van haar vader, was volgens Rechtbank Den Haag niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Volgens de rechtbank werkte zij zodanig zelfstandig dat er geen sprake was van een gezagsverhouding en zodoende ook niet van een dienstbetrekking.

De vrouw werkte sinds 2002 als directieassistente voor de bv van haar vader. Zelf bezat zij ook aandelen in deze bv. Nadat de vrouw jarenlang voor de bv had gewerkt, raakte ze per 1 maart 2008 volledig arbeidsongeschikt. In augustus 2011 werd zij door de bv ontslagen. In dezelfde maand diende de bv bij de inspecteur een verzoek in om naheffingsaanslagen premies werknemersverzekeringen voor de jaren vóór 2008. In de jaren 2008 tot en met 2011 had de bv namelijk wél premies werknemersverzekeringen ingehouden en afgedragen, maar in de jaren daarvoor was dit niet gebeurd. Het verzoek van de bv werd door de inspecteur opgevat als een aanvraag voor een beschikking over het verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. De inspecteur wees dit verzoek af, omdat er volgens hem geen sprake was van een dienstbetrekking. Hij stelde dat de vrouw al die jaren zodanig zelfstandig had gewerkt, dat een gezagsverhouding ontbrak. Dit bracht met zich dat de vrouw niet verzekerd was voor de werknemersverzekeringen – en daarom na haar ontslag geen aanspraak kon maken op een WW-uitkering.
Rechtbank Den Haag was het met de inspecteur eens en verwierp het argument van de bv dat ‘vaders wil wet was’ en dat er zodoende wel degelijk sprake was een gezagsverhouding. Volgens de rechtbank waren de bv en de vrouw er zelf kennelijk ook jarenlang van uitgegaan dat er geen dienstbetrekking was. In 2005 had de vrouw namelijk een WAZ-uitkering (Wet arbeidsongeschiktheid zelfstandigen) aangevraagd, waarmee zij destijds aangaf zichzelf als zelfstandig ondernemer te beschouwen. Derhalve oordeelde de rechtbank dat er geen dienstbetrekking was, zodat de inspecteur het verzoek om de naheffingsaanslagen premies werknemersverzekeringen terecht had afgewezen. De vrouw was tijdens het uitvoeren van haar werkzaamheden niet verzekerd geweest voor de werknemersverzekeringen.

Bron: Rb. Den Haag 21-05-2013